|
|
Een Engelsman
in El Dorado
‘Wij leiden aan een ziekte die alleen goud kan genezen.’
(Hernan Cortèz tegen Montezuma, 1519)
Bij wijze van intro
Gaily bedight, a gallant knight,
In sunshine and in shadow,
Had journeyed long, singing a song,
In search of El Dorado.
But he grew old - this knight so bold -
And o'er his heart a shadow
Fell as he found no spot of ground
That looked like El Dorado.
And, as his strength
Failed him at length,
He met a pilgrim shadow --
"
Shadow," said he, "Where can it be --
This land of El Dorado?"
" Over the Mountains of the Moon,
Down the Valley of the Shadow,
Ride, boldly ride," the shade replied, --
" If you seek for El Dorado!"
Edgar Allen Poe, 1849
|
| |
Zoeken naar
goud
In mei 1595 verschenen er vijf Engelse schepen voor de monding van de Orinoco,
aan de kust van het huidige Venezuela. Het was een expeditie, geleid door Sir
Walter Ralegh(13), op zoek naar het legendarische ‘goudland’, El Dorado.
Ralegh was ervan overtuigd dat er ergens in het achterland van Guyana, zoals
het toen werd genoemd, een groot meer was. Aan de oever van dat meer, zou Manoa
liggen, een stad gesticht door de Inca’s, waar men enorme rijkdommen aan
goud en sieraden zou kunnen vinden.
Het verhaal over El Dorado deed al jaren de ronde. In het begin
van de zestiende eeuw waren het Spanjaarden die ernaar op zoek
gingen. Men was ervan overtuigd dat het bestond, het was alleen
moeilijk te vinden.
Berucht is het verhaal van de Baskische avonturier Lope de Aguirre.
Hij maakte deel uit van een expeditie die in september 1560 uit
Lima vertrok. Op nieuwjaarsdag 1561 namen muiters de macht over
en leidde met name Aguirre de tocht op zoek naar El Dorado.
Het werd een debacle. Van de 370 Europeanen die aan de tocht begonnen werden
er 150 vermoord of onderweg achter gelaten. Onderweg raakte Aguirre er overigens
van overtuigd dat El Dorado niet bestond. Op 4 juli 1461 bereikten de overlevenden
de kust van de Atlantische Oceaan. Een half jaar later werd Aguirre bij schermutselingen
aan de Venezolaanse kust gedood.
De zoektocht ernaar werd gehinderd door de gebrekkige geografische
kennis. Ook Raleghs reis werd erdoor bemoeilijkt. Niet alleen
bestond het meer niet waar hij naar zocht, ook zijn idee dat
de Inca’s zich zo noordelijk hadden gevestigd klopte niet.
 |
'Het goudryk gewest Guiana tot de
Drywerjze Scheepstogten van den Ridder Walter Ralegh
afgebakend.' |
|
 |
|
|
|
|
|
 |
|
El dorado was oorspronkelijk
waarschijnlijk ‘de gouden man’. Op de hoogvlakte
van de Andes leven de Muisca of Chibca, een indianenstam. Zij
hadden voor de komst van de Europeanen een rite waarbij een stamhoofd
eens per jaar werd ingesmeerd met een kleverige stof. Daarna
werd hij als het ware ‘bestoven’ met goudstof. Zo
werd hij letterlijk een gouden man. In een vlakbij gelegen meer
werd hij daarna ondergedompeld. Zo raakte hij het goud weer kwijt.
Ook werden er gouden voorwerpen in het meer gegooid, als offer.
De indianen hebben herinneringen aan deze rite verteld aan de
Europeanen, die daarna op zoek gingen naar de oorsprong van ‘al
dat goud’.
 |
Het Caribische gebied |
Al in de eerste verhalen die de Spanjaarden over deze streek
schrijven, is er sprake van een dagelijks ritueel. Bovendien
was er geen sprake meer van een indianendorp, maar van een paleis
met veel rijkdom.
|
| |
In het gebied wordt
overigens wel goud gevonden. Maar de Europeanen kwamen er om
te plunderen, niet om te graven. Ze namen geen gereedschap mee
om in de grond te gaan wroeten. De indianen deden (en doen) dat
wel. Het gebied levert ook nu nog redelijk wat gouderts. In de
negentiende eeuw was er een tijdlang een goudkoorts die maakte
dat het land even de grootste goudproducent ter wereld was. Tegenwoordig
is men eerder beducht om de ecologische gevolgen van het voortdurende
zoeken naar goud in het tropisch regenwoud.
Walter Ralegh
Sir Walter Ralegh werd geboren in 1552. Hij behoorde tot de landadel van Devonshire.
Op zeventienjarige leeftijd nam hij dienst als vrijwilliger in het leger van
de Franse hugenoten. In 1572 studeerde hij in Oxford.
Ook de zeevaart
trok hem blijkbaar. In 1578 nam hij deel aan een mislukte expeditie
om de beroemde noord-west passage te vinden.
Er was een stemming in Engeland in de tachtiger jaren van de
zestiende eeuw dat het tijd werd dat Engeland zijn aandeel in
de kolonisatie van de nieuwe wereld zou opeisen. Walter Ralegh
speelde daar een niet onbelangrijke rol in.
In 1585 en 1587 had Ralegh de kolonisatie georganiseerd van
een stukje kustgebied in Noord-Amerika. Het was vernoemd naar
Elizabeth I, ‘the virgin queen’, als Virginia. De
eerste op Roanoke Island, was aanvankelijk redelijk succesvol.
De bevolking van de tweede kolonie, ongeveer honderd mensen,
verdween spoorloos. Tot op de dag vandaag is het een raadsel.
Het enige dat men terug vond waren wat letters, gekrast op een
boom.
|
 |
|
In die jaren was
Walter Ralegh populair aan het hof. Helaas was dat tien jaar
later wel anders. Hij was voorbij gestreefd door andere, vaak
jongere mannen. Bovendien was hij, zonder Elizabeth’s toestemming
getrouwd met één van haar hofdames. Verbannen van
het hof had hij een groep vrienden en kennissen om zich heen
verzameld die in die jaren onder verdenking waren gekomen van
zaken als atheïsme. Eén van de leden van die groep
was Christopher Marlowe, de beroemde toneelschrijver (onder andere
van Faust). Ralegh schreef ook gedichten, een reisverslag en
een ‘History of the World’.
De afstand van de gunsten van het hof en het gegeven dat de
expedities naar Virginia hem alleen maar geld gekost hadden,
maakten dat Ralegh extra gevoelig was voor het goud en de kostbaarheden
die er eventueel uit El Dorado vielen weg te halen. Eventueel
een wig drijven tussen de diverse Spaanse bezittingen aan de
kust was daarbij mooi mee genomen.
De expeditie
Op donderdag 6 februari 1595 was Walter Ralegh met drie schepen vanuit Plymouth
naar Guyana vertrokken. Onderweg raakte hij één van zijn schepen
uit het oog, maar wist twee kleine Spaanse schepen en een Vlaams schip te bemachtigen.
Op zondag 22 maart kwamen ze zo voor de kust van Trinidad. Het
eerste contact met de Spanjaarden was vreedzaam, maar dat veranderde
snel toen de Engelsen een Spaanse vestiging overvielen. Ze namen
de gouverneur gevangen in de hoop dat die hen meer over de achterlanden
kan vertellen. Ook sloten ze vriendschap met de indianen om dezelfde
reden.
Het was ondertussen midden-mei toen Ralegh met ongeveer 100 man in roeiboten
vertrok. Ze zochten een ingang naar het
|
| |
 |
Sir Walter Ralegh en zijn zoon Wat, 1602
|
|
 |
|
achterland door
de Orinocodelta. Waarschijnlijk volgden ze de loop van de Cano
Manamo. Modder, zweet en stank vergezelden ze. Het kan onmogelijk
zo heroïsch zijn geweest als de verslagen van die tijd suggereren.
 |
Mangroveboom
|
De delta van de Orinoco is een enorm groot gebied in het noordoosten
van het huidige Venezuela. Voor Walter Ralegh was het slechts
de doorgang naar het beloofde goudland. In de delta was hij afhankelijk
van het getij. Slechts langzaam kwamen ze vooruit. Vaak verdwaalden
ze tussen de mangrovebossen.
Het enige voedsel dat ze konden vinden was fruit. Ook waren
er vogels in allerlei soorten en maten. Ralegh verbaasde zich
over de aantallen en de kleuren.
Na ongeveer 9 dagen ontmoetten ze de eerste indianen. Het is
moeilijk uit te maken van welke stam ze waren. Wel was Ralegh
enthousiast dat ze tabak kenden en het gebruikten voor rituelen.
Tabak wordt overigens in deze contreien nog steeds gebruikt door
shamanen, zoals elders coca en yagé worden gebruikt. Enige
jaren later ontstond er in Engeland een hele polemiek rond het
gebruik van tabak. De één wees het af als genotsmiddel
voor de heidenen, de ander prees het aan als middel om tot rust
te
|
| |
komen.
Eind mei begon het gemor onder de bemanning. Ralegh verzon toen
maar dat ze vlak bij hun doel waren. Als een droombeeld schoof
het als het ware voor hun uit. Nog drie dagen, nog twee dagen…
Maar alles leek steeds weer verder weg te liggen dan gedacht. De jungle was
dichtbegroeid, de doorgang werd soms wel erg smal en de indianen waren ook
al vaag met hun aanwijzingen.
Tenslotte kwamen ze rond 1 juni uit de delta te voorschijn.
Ze konden nu uitkijken over vlakten en zagen in de verte bergen
liggen. Hoe verder ze nu echter de rivier opvoeren hoe duidelijker
het werd dat ze El Dorado niet zouden vinden. Op 14 juni hield
het op. Watervallen en stroomversnellingen maakten verder reizen
onmogelijk.
De terugtocht naar de schepen voor de kust ging snel. Al rond
de 20e kwamen ze er aan. Voor ze terug naar Engeland gingen,
overvielen ze ‘nog even’ een Spaanse nederzetting
aan de kust. Dat werd echter een complete mislukking. Ralegh
verloor er een kwart van zijn mensen.
Uiteindelijk kwam hij begin september 1595 weer in Plymouth
aan.
Een slecht einde
Met Walter Ralegh liep het niet best af. Door de mislukking van de Guyana expeditie
werd hij niet opnieuw aan het hof toegelaten. Vervelender was het dat hij in
1603 bij de troonsbestijging van James I, werd beschuldigd van een complot
tegen de man. Ook in de gevangenis bleef hij bezig met El Dorado. In 1607 stelde
hij voor om een nieuwe expeditie uit te rusten. Tenslotte kreeg hij daar in
1616 toestemming voor.
|
 |
|
Onder strenge voorwaarden,
waaronder die dat hij Spaanse bezittingen met rust zou laten,
kon hij in juni 1617 vertrekken. Met twintig schepen zette hij
daarna koers naar Guyana. Ze arriveerden daar in november. Ralegh
was gedurende vrijwel de hele reis ziek geweest.
Op 2 januari 1618 overviel een deel van zijn vloot toch een
Spaanse nederzetting. Vanaf dat ogenblik was Ralegh’s lot
bezegeld. Bovendien kwam bij de overval ook nog zijn eigen zoon
om.
Teleurgesteld en gedesillusioneerd keerde hij terug naar Engeland.
Daar was het einde snel en genadeloos. Op donderdag 29 oktober
1618 werd hij onthoofd.
Literatuur
Charles Nicholl, The Creature in the Map, Sir Walter Ralegh’s Quest for
El Dorado, , Vintage, London, 1996
 |
Walter Ralegh
|
|
| |
 |
Walter Ralegh onderhandelt
met indianen
|
|
 |