|
Julio Cortázar
Leven
Julio Florencio Cortázar werd geboren in 1914, in Brussel.
Het was aan het begin van de Eerste Wereldoorlog en de stad was
net bezet door de Duitsers. Zijn ouders, Julio Cortázar en
Maria Hermina Scott, besloten in 1916 om naar Zwitserland te verhuizen,
om daar het einde van de oorlog af te wachten.
Twee jaar later keerde het gezin terug naar Argentinië. Ze
vestigden zich in Banfield, een buitenwijk van Buenos Aires. Daar
scheidden zijn ouders. Zijn moeder, een tante en zijn grootmoeder
brachten Julio en zijn, één jaar jongere, zuster Ofelia
groot. Hij was negen toen hij begon met het schrijven van
gedichten. Zijn familie vermoedde in het begin dat hij ze van
iemand anders overschreef.
|
| |
Rond zijn achttiende
wilde hij leraar worden. De opleiding viel hem echter tegen en
hij ontvluchtte Buenos Aires. Na een rondreis door Europa waarbij
hij in aanraking kwam met het surrealisme, vatte hij bij terugkeer
toch weer de studie op.
Vijf jaar later studeerde hij af als leraar. Hij wilde wel verder
studeren, maar om zijn moeder te helpen ging hij werken. In Bolivar,
een klein plaatsje in de provincie, begon hij les te geven.
Zijn eerste dichtbundel, Presencia, publiceerde hij onder het
pseudoniem Julio Denis. Hij was vierentwintig. In 1941 plaatste
hij onder dat pseudoniem ook een artikel over Arthur Rimbaud,
in een tijdschrift. Weer drie jaar later publiceerde hij zijn
eerste verhaal.
Het was een roerige tijd in Argentinië. Cortázar
sloot zich aan bij de groepen die tegen de komst van Juan Perón
ageerden. Toen deze aan de macht kwam, gaf hij het lesgeven op
en ging hij terug naar Buenos Aires. Daar publiceerde hij zijn
eerste verhalenbundel, La otra orilla.
Hij slaagde erin om 1948 officieel vertaler te worden voor Engels
en Frans. De werkdruk die dia met zich meebracht had allerlei
neurotische verschijnselen tot gevolg. Eén ervan, het zoeken
van kakkerlakken in zijn eten, verdween door het schrijven van
een verhaal, Circe, dat later opgenomen zal worden in Bestario.
Hierin is Mario de derde verloofde van Delia. Haar eerdere verloofde
pleegden zelfmoord. Delia is een vreemd meisje dat vreemde bonbons
|
 |
|
maakt voor haar Mario. Natuurlijk loopt het verkeerd af als Mario
ontdekt wat voor extra ingrediënt zij gebruikt voor haar lekkernijen.
Pas in 1949 zou hij het eerste werk onder zijn eigen naam publiceren.
Ook in dat jaar schreef hij zijn eerste roman. Het werk was een
soort voorstudie voor Rayuela. Het werd geweigerd en zou pas na
zijn dood verschijnen.
Twee jaar later reisde hij naar Parijs. Hij wilde er gaan wonen
en begon te werken voor de Unesco als vertaler. In Parijs kreeg
hij het idee om over ‘cronopios’, ‘fama’s’
en ‘esperanza’s’ te gaan schrijven. Simpel gezegd
zijn het een soort bijnamen voor verschillende soorten mensen.
Cronopio’s zijn bijvoorbeeld kunstenaars en muziekliefhebbers.
Ze zijn snel enthousiast en houden zich niet aan regels. Fama’s
en Esperanza’s schrikken daarvan. Die willen dat iedereen
op zijn |
|
|
beurt wacht, kaartjes
koopt en netjes blijft.
‘Sommige cronopio’s hebben zich enorm opgewonden
toen ze erachter kwamen dat het heelal misschien assymetrisch
is, wat indruist tegen het beroemdste van alle algemeen aanvaarde
denkbeelden.’ (1)
In 1953 trouwde hij met Aurora Bernárdez, een Argentijnse
vertaalster.
Het jaar erop bezocht hij Montevideo, ter gelegenheid van een
Unesco-congres. Hij wandelde er door de stad en leerde zo de buitenwijk
‘El Cerro’ kennen, waar later La Maga (uit Rayuela)
vandaan zou komen. In Buenos Aires bleven intussen verhalen in
tijdschriften verschijnen. Verder op reis in Italië begon
hij aan vertalingen van verhalen van Edgar Allan Poe.
In 1959 verscheen de bundel Las armas secretas, waarin het verhaal
El perseguidor een verandering in zijn stijl van schrijven aankondigt.
In het Nederlands heet de bundel Geheime wapens en het verhaal
De achtervolger. Het verhaal gaat over een saxofonist, Johnny
genaamd, met wie overduidelijk Charlie Parker werd bedoeld, aan
wie het (in memoriam) ook is opgedragen.
In de jaren erna reisde hij naar de Verenigde Staten en naar
Cuba. In Frankrijk verscheen de eerste vertaling van zijn werk.
Rayuela verscheen in 1963. Verhalen en artikelen volgden elkaar
op. In de Verenigde Staten en Duitsland kwamen nu ook vertalingen
uit. Cortázar koos deze jaren ook voor een steeds duidelijkere
politieke stellingname: voor de bevrijding van Latijns-Amerika
en tegen de aanwezigheid van de Verenigde Staten in Vietnam. In
1970 reisde hij met zijn tweede vrouw, Ugne Karvelis, naar Chili
ter gelegenheid van de
|
 |
|
ambtsaanvaarding van president Salvador Allende.
In 1973 verscheen Libro de Manuel, een politieke roman, waarin
onder andere het gebrek aan mensenrechten in Latijns-Amerikaanse
dictaturen aan de kaak werd gesteld. Hij reisde inde jaren erna
naar de Verenigde Staten, Mexico en Nicaragua. In het laatste
land steunde hij de Sandinistische revolutie. In 1979 bezocht
hij Panama met zijn derde vrouw, Carol Dunlop.
In 1981 werd er leukemie geconstateerd. Carol Dunlop overleed
in het jaar erna. In ’83 reisde hij naar Buenos Aires voor
een bezoek aan zijn moeder. De dictators waren weg, maar er werd
van officiële zijde geen aandacht aan zijn bezoek besteed.
Maar de mensen in de straten herkenden hem. Terug in Frankrijk
overleed hij op 14 februari aan leukemie.
Het belangrijkste werk
1945 La otra orilla (verhalenbundel)
1949 Los Reyes (gedicht)
1951 Bestario (verhalenbundel)
1956 Final del jeugo (verhalenbundel)
1959 Las armas secretas (verhalenbundel)
1960 Los premios (novelle)
1962 Historias de cronopios y de famas (verhalenbundel)
1963 Rayuela (roman)
1966 Todos los fuegos el fuego (verhalenbundel)
1967 La vuelta al dia en ochenta mundos (verhalen, essays en gedichten)
|
| |
1968 62, Modelo
para armar
1968 Ultimo Round (essays, verhalen, gedichten en dergelijke)
1971 Pameos y Meopas (gedichten)
1973 Libro de Manuel (roman)
1974 Octaedro (verhalenbundel)
1980 Queremos tanto a Glenda (verhalenbundel)
1982 Deshoras (gedichten)
1983 Los autonautas de la cosmopista (verhalen)
Rayuela
Je kunt het bekendste boek van Cortázar op verschillende
manieren lezen.
Verhaal 1: is hoofdstuk 1 t/m 56 achter elkaar door. De rest,
zo’n 190 bladzijden, kun je ongelezen laten.
Verhaal 2: is vanaf hoofdstuk 73, hinkelend door het boek heen.
Verhaal 3: is de eigen keuze van de lezer. Het is een boek dat
je in wezen overal kunt beginnen.
Aan het eind van elk hoofdstuk staat het nummer van het hoofdstuk
dat je erna kunt lezen. Veel latere commentatoren hebben opgemerkt
dat het een soort hyperlinks zijn. Aan de hand van een onbekende
gids ga je als het ware door een stad heen.
Verhaal 1 speelt zich af in Parijs en Buenos Aires. Horacio Oliviera
heeft of had in Parijs een verhouding met Lucia die La Maga wordt
genoemd.
Als het verhaal begint loopt die verhouding eigenlijk af. Oorzaak
is het samenwonen zo lijkt het. La Maga heeft een kindje, een
zoontje dat Rocamadour wordt genoemd. Het is ziekelijk en eist
veel aandacht op. Horacio is ook jaloers en verdenkt La Maga van
ontrouw met een vriend, ook lid van dezelfde club van vrienden.
|
 |
|
Deze club komt bij
elkaar om naar muziek (jazz) te luisteren en te discussiëren.
Maar zelfs het verlaten van elkaar lijkt een soort spel dat ook
binnen de verhouding blijkt te kunnen vallen. Aan het begin van
hun verhouding dwaalden ze ieder voor zich door de stad en kwamen
ze elkaar op de een of andere manier telkens, als bij toeval,
weer tegen. Ze ontdekten samen allerlei bijzondere plekken en
ontmoetten verschillende mensen die op straat leefden, zoals een
vrouwelijke clochard.
Toen ze samen gingen wonen, haalde La Maga haar kind op dat tijdelijk
elders was ondergebracht. Het maakte een eind aan hun gezamenlijk
zwerven. Horacio gaat er nog wel alleen op uit. Het zijn prachtige
verhalen, onder andere over een concert van de verlopen pianiste
Berthe Trépat.
Als Horacio na een omzwerving door de straten van Parijs weer
terug komt, bemerkt hij dat Rocamadour is gestorven. Eén
voor één komen de vrienden van de club binnen. Ze
krijgen het allemaal door. Uiteindelijk ontdekt La Maga het als
laatste.
Het is de definitieve breuk, omdat Horacio niet in staat lijkt
tot medeleven. Maar pas daarna bemerkt hij hoe verliefd hij eigenlijk
was. Hij dwaalt rond door Parijs, maar komt haar nergens meer
tegen. Ook de club houdt op te bestaan.
In Buenos Aires wordt Horacio opgevangen door oude vrienden.
Traveller die ondertussen met Talitha is, en Gekrepten, een vrouw
die al vroeger verliefd op hem was. Traveller en hij wonen tegenover
elkaar in de straat. Vanaf het begin is er een toenemend dubbelgangereffect
tussen hen merkbaar. Talitha wordt daardoor tussen hen in heen
en weer geschoven. Pas op het laatst wordt het duidelijk voor
Traveller en Talitha wat La Maga voor Horacio betekende. Dan komt
ook het punt dat Talitha en La Maga voor Horacio dezelfde zijn.
Traveller en Talitha horen bij een soort rondtrekkend circus |
| |
(met de rekenende kat). Als het circus verkocht is, neemt de
directeur een inrichting voor geestelijk gestoorden over. Daar,
temidden van de patiënten, krijgt Horacio zijn crisis.
Als je vanaf hoofdstuk 73 gaat hinkelen (verhaal 2 volgt), dan
is er aan de ene kant minder en aan de andere kant meer eenheid.
Minder als het gaat om plaats, meer als het gaat om de tijd. Door
te hinkelen verandert het perspectief. Je doet als het ware stappen
naar achteren. Dan blijkt ook alles achteraf te worden verteld.
Er is een onbekende schrijver, Morelli, die door de club wordt
gelezen. Zijn werk lijkt te worden gebruikt om de dood van Rocamadour
te verwerken.
Er staan ook citaten van andere schrijvers (onder andere van
Georges Bataille) en knipsels uit kranten tussen. Duidelijk een
'commentaar' van de schrijver zelf.
|
 |
|
Het gebeuren in Buenos
Aires lijkt voor Horacio een soort mislukking. Wat (of wie?) hoopte
hij er te vinden? De vrouw die hij lief had en waarover hij zich
schuldig voelt, is onbereikbaar geworden. Het boek eindigt als
een grammofoonplaat die in de laatste groef blijft hangen.
Parijs en Buenos Aires worden in zekere zin elkaars tegenpolen.
Terwijl het in Parijs voortdurend lijkt te regenen, is het in
Buenos Aires voortdurend heet en droog. Ook de relatie tussen
Buenos Aires en Montevideo is dubbelzinnig. Het zijn als het ware
een soort zustersteden, ieder aan een kant van een rivier.
Buenos Aires
Het is een beroemde scène in het boek. Cortázar
heeft in een interview verteld dat het eigenlijk het eerste stuk
was van het boek dat hij schreef.
Hoe krijg je een pakje spijkers en wat maté van de ene
kant van de straat naar de andere? Horatio Oliveira en Traveller
wonen exact op de zelfde hoogte van een straat tegen over elkaar.
Het is in Buenos Aires op dat moment bloedheet. Ze leggen ieder
een plank uit hun raam. In hun kamer verzwaren ze hun plank met
boeken, tijdschriften en een kast.
‘Ga je de planken niet aan elkaar binden met je touw?’
vroeg Traveller.
‘Luister. Je weet maar al te goed dat hoogtevrees mij altijd
weerhouden heeft op de maatschappelijke ladder te stijgen. Bij
de naam Everest alleen al is het alsof ik een trap in mijn kruis
krijg. En ik verfoei de mensen, maar niemand zo intens als de
sherpa Tensing, neem dat van mij aan.’
‘Of te wel wij moeten de planken aan mekaar binden.’
‘Daar komt het wel op neer, ja,’ zei Oliveira, terwijl
hij een sigaret op stak.
‘Je hoort het,’ zei Traveller tegen Talita. ‘Hij
wil dat jij naar het |
| |
midden van de brug
kruipt en het touw vast maakt.’
‘Wie, ik?’ vroeg Talita.
‘Dat heb je toch gehoord?’
‘Oliveira heeft niet gezegd dat ik het moest doen.’
‘Hij zei het misschien niet maar hij bedoelde het wel. Trouwens,
het is veel eleganter als jij hem de maté aanreikt.’
‘Ik weet niet eens hoe ik dat touw moet vast maken. Oliveira
en jij kunnen knopen aanleggen, maar die van mij gaan onmiddellijk
weer los. Ik krijg ze niet eens vast.’
‘Wij zullen wel zeggen hoe het moet,’ zei Traveller
minzaam.
Talita haalde de badjas wat strakker aan en trok een draadje dat
om haar vinger zat los. Ze voelde een aanvechting om te zuchten
maar ze wist dat Traveller daar een gloeiende hekel aan had.
‘Wil je echt dat ik die maté naar Oliveira breng?’
vroeg ze zachtjes.
(p. 233)
Talita ging schrijlings op de plank zitten en schoof ongeveer
vijf centimeter naar voren door op haar handen te steunen, haar
billen op te drukken en ze een klein eindje verder weer te laten
neerkomen.
‘Die badjas zit erg in de weg,’ zei ze. ‘Ik
kan beter een broek van jou of iets dergelijks aantrekken.’
‘Och, het is de moeite niet,’ zei Traveller. ‘Stel
je voor dat je valt, dan is mijn hele broek naar de knoppen.’
‘Rustig aan maar,’ zei Oliveira. ‘Nog een paar
centimeter, dan kan ik het touw naar al naar je toe gooien.’
‘Wat een brede straat is dit eigenlijk,’ zei Talita
met een blik naar beneden. ‘Veel breder dan hij vanuit het
raam lijkt.’
(p. 234)
Net als Talita dan op het deel van Oliveira wil overwippen, houdt
Traveller haar tegen. Het lijkt net alsof hij doorheeft dat als
ze dat zou doen, hij haar kwijt is. En terwijl Talita zwetend
in de hitte in haar badjas halverwege de straat op de planken
brug zit, beginnen Oliveira en Traveller een discussie over het
|
 |
|
spel dat ze spelen
en hoe het gespeeld moet worden. Traveller zegt dat Talita de
maté maar bij Oliveira naar binnen moet gooien. Bevangen
door de hitte kan ze dat niet. Dan gaat Traveller nota bene een
hoed voor haar zoeken. De spanning lijkt weg te ebben als zij
met Oliveira praat. Tenslotte gooit Talita de maté bij
Oliveira naar binnen en gaat ze over de plank terug naar Traveller.
Lautréamont
‘Oh Lautréamont,’ herinnerde La Maga zich ineens.
‘Ja, ik geloof dat hij heel bekend is ginds.’
‘Hij kwam uit Uruguay, al zou je het niet zeggen.’
‘Dat zou je inderdaad niet zeggen,’ beaamde La Maga
om zich te rehabiliteren.
(p. 47)
Bronnen
Julio Cortázar, Rayuela: een hinkelspel, Meulenhoff, Amsterdam,
2000
Julio Cortázar, Reis om de dag in tachtig werelden, Meulenhoff,
Amsterdam, 1991
|
| |
|
|