Reistijd

(In een paar alinea’s de wereld over)

Op de een of andere manier regent het altijd als hij Den Haag verlaat. Ergens begin juni 1974 als de trein Leiden heeft gepasseerd merkt hij dat het droog is. Het is het begin van een omweg. Via Amsterdam naar Nunspeet. In Amsterdam woont zijn geliefde, in Nunspeet breng hij zijn diensttijd door.

Het is een verhaal over verliefdheid die wordt gehinderd door taal. Misverstanden, opgewekt door brieven die niet lijken te zeggen wat ze moeten zeggen? Een bewerkt plaatje uit de Donald Duck, waarop de neefjes in zijn versie vroegen: “Oom Donald, wat is liefde?” en Donald antwoordt: “Kweetniet.”

Hij had in zijn achterhoofd allerhande associaties, zoals het beroemde ‘What is Love?’ van de Collectors. Zij reageerde met: “Zie je wel dat je het niet weet!” Alweer een begin van een vermoeiend gesprek. Toch was ze hem ‘alles’ waard. Vaak wandelde hij van het station door de stad, op weg naar de wolkenkrabber, waar ze in de buurt op kamers woonde.
Soms gingen ze naar musea. Ze hield van moderne kunst en bewonderde vooral de energie leek het die van de doeken van bijvoorbeeld de Cobra-schilders spatte. Het was in die jaren dat hij leerde dat alles met alles samen hing. Een ontdekking die elke

generatie waarschijnlijk maakt.

Jack Karouac
Jack Kerouac

Onderweg in een andere trein richting Middelburg had hij een half jaar daarvoor in een biografie van Jack Kerouac ontdekt dat veel van diens reizen stamden uit de late jaren veertig, begin jaren vijftig. In die tijd trokken schilders en dichters uit Amsterdam weg naar onder andere Parijs. In dezelfde jaren droomden de Lettristen van een nieuw soort kunst. Ze waren geïnspireerd door de gedichten van Arthur Rimbaud en de Chants de Maldoror.

De schrijver van die Zangen noemde zich Comte de Lautréamont. Dat was het pseudoniem van Isidore Ducasse, een in Montevideo geboren zoon van geëmigreerde Franse ouders. De jongen was voor zijn schoolcarrière naar familie in Zuid-Frankrijk gestuurd. Na zijn studie in Pau was Ducasse naar Parijs verhuisd.
In Maldoror lijkt hij een reis te beschrijven over zee, naar zijn geboorteland Uruguay en naar zijn vader die in Montevideo woonde.

Jaren later beschreef Julio Cortázar in Rayuela hoe de hoofdpersoon Horacio Oliviera, vanuit Buenos Aires denkt dat zijn verloren liefde La Maga, terug is gegaan naar haar geboorteplaats Montevideo. Eén van de mooiste scènes in dat boek speelt zich af in een straat waar een vriend en vriendin van hem aan de overkant wonen. De vriendin schuift tijdens een bloedhete middag over een ladder van het ene raam naar het andere hoog boven de straat. Cortázar was een banneling. In 1914 geboren in Brussel, toen de Duitsers de stad bezet

Julio Cortázar
Julio Cortázar

hielden. Na de Eerste Wereldoorlog verhuisde het gezin naar Argentinië. Zijn eerste meer politiek gerichte daden zijn gericht tegen het bewind van Péron, na diens verkiezingsoverwinning in 1945. Vanaf 1953 begint een langer soort ballingschap. Cortázar reist veel en woont in de jaren erna veel in Frankrijk. Rayuela verschijnt in 1963.

Ook Ernesto ‘Che’ Guevara reisde de wereld rond. In 1952 maakte hij, voor een deel op de motor, een rondreis door Zuid-Amerika. Een jaar later trok hij verder naar het noorden. Hij maakt er de staatsgreep in Guatemala mee, waar de Amerikaanse geheime dienst een eind maakt aan een experiment waarin de regering land wilde verdelen onder de boeren. ‘Communisme’ is in die jaren een vloek waartegen men van alles mag ondernemen. In Mexico ontmoette Guevara Fidel Castro en planden zij de invasie van Cuba. Maar hij had er ook de tijd om de berg Popecatepetl te beklimmen.

Het landschap van Mexico en rond Mexicostad maakte altijd indruk. Na lange omzwervingen trok Leon Trotsky erheen. De voorvechter van de permanente revolutie zou er in 1940 vermoord worden in opdracht van Josef Stalin. Het land rond de hoofdstad is ook het decor voor Under the Volcano, het beroemde dronkemansverhaal van Malcolm Lowry. Aleister Crowley trok hier aan het begin van de twintigste eeuw rond. Hij begon er verschillende magische rituelen, schreef er

Leon Trotsky
Leon Trotsky

poëzie, beklom er bergen en sliep er met verschillende vrouwen. Maar ook komen we hier Jack Kerouac, Allen Ginsberg en William Burroughs tegen. Zij brachten hier kortere of langere tijd door. Voor Burroughs eindigde zijn verblijf met het afschuwelijke ‘Wilhelm Tell ongeluk’, waarbij hij in een dronken bui niet het glas van het hoofd van zijn vrouw schoot, maar haar dodelijk verwondde.

Burroughs trok erna naar het zuiden, naar Panama onder andere, op zoek naar een nieuw soort drug, Yage. Jaren later beschreef hij in The Soft Machine hoe een reis naar het zuiden ook een reis terug in de tijd was.

Paaseiland
Paaseiland

Conquistadores die door het oerwoud van Panama heen trokken ontdekten tot hun verbijstering dat daarachter een immense zee lag. Zeevaarders moesten om het continent heen varen om aan de andere kant te kunnen komen. Thor Heijerdahl bewees dat je met een redelijk eenvoudig schip van Zuid-Amerika naar het Paaseiland kon varen. Iets dat de oorspronkelijke bewoners, lang geleden, wellicht ook gedaan hadden.

De eerste ontdekkingsreizigers, zoals de Nederlander Roggeveen, verbaasden zich over de vreemde

beelden die uitkeken over zee. Waren het wachters? Bewakers? Nog steeds is het een raadsel.

Zowel vanuit het westen als uit het oosten kwamen de zeevaarders in de zeventiende en achttiende eeuw om deze enorme oceaan in kaart te brengen. In die jaren was het door het gebrek aan juiste navigatiemiddelen soms onmogelijk om precies te bepalen waar bepaalde eilanden lagen. In deze immense zee lagen her en der talloze eilanden en eilandengroepen waarvan er sommigen meerdere keren zijn ontdekt.

Er gaan vreemde verhalen over continenten die er zouden liggen of hebben gelegen. Men probeerde over het algemeen langs de kusten van continenten te varen en alleen waaghalzen staken de zee over.

Lange tijd waren het Europeanen die hier de dienst uitmaakten. De Hollanders waren de enigen die officieel handel konden drijven met Japan. China lag meer open voor contacten. Daar waren de Portugezen het eerst. De eerste contacten met dat land waren echter van over land gelegd. Al in de dertiende eeuw was het Marco Polo die hier verbleef. Op diens terugreis voer hij onder andere langs het latere Sumatra.

Abel Tasman voer om Australië vanuit Nederlands Indië. Van daaruit zouden we trouwens met Jan Pieterszoon Coen of andere bekende Nederlander weer terug naar Amsterdam kunnen gaan. Maar we verkozen om hier met Arthur Rimbaud te deserteren uit het leger en terug te gaan naar andere oorden. Rimbaud was na zijn escapades met Verlaine teleurgesteld in de poëzie en maakte vanaf 1875 enorme reizen, al wandelend door West-Europa. Hij had zich in Harderwijk aangemeld bij het Indische Leger en was naar Java afgereisd. Maar al na een korte tijd zag hij niet meer zitten, deserteerde en reisde op een Engels schip terug naar

Frankrijk.

Kaapstad in Zuid-Afrika was een tussenstation waar velen even bleven hangen. Het opkomend imperialisme zorgde ervoor dat de Britten gingen dromen over een verbinding van noord naar zuid, om zo van de Indische Oceaan een soort Engelse binnenzee te maken.
We komen zo Doris Lessing tegen die haar eerste romans schreef over het leven in Rhodesië. Tanzania was ooit een Duitse kolonie waar tijdens de Eerste Wereldoorlog een klein Duits legertje een kat en muisspel speelde met de in die streken oppermachtige Engelsen.

Joseph Conrad
Joseph Conrad

In die streken waren ook de ontdekkingsreizigers actief die van oost naar west de oerwouden van de Kongo door trokken. In het hart van die oerwouden zocht Marlow naar Mr. Kurtz. In feite lijkt het meesterwerk van Joseph Conrad meer te gaan over een reis naar het wezen van de moderne mens.

Ten noorden van dat gebied, in de savannen, komen we mensen als Hemingway tegen. De jagers op groot wild. In later jaren werden dat de dierenverzamelaars. Mensen als Gerald Durrell die voor hun dierentuinen soorten verzamelden om ze zo voor uitsterving te behoeden. Deze Gerald was een broer van Lawrence, de schrijver van onder andere The Alexandria Quartet.

En zo komen we in Egypte terecht. Het land met de eindeloze geschiedenis en de vele reizigers die hebben getracht die

geschiedenis te doorgronden.

Eén der eersten die als buitenlander trachtte er iets van te beschrijven was de Griek Herodotus. Hij interviewde de Egyptische priesters en kon zo een tijdsbeeld geven van het land zo’n 2500 jaar geleden. Maar onze belangstelling voor de cultuur van het land hebben we onder andere te danken aan de tocht van Napoleon in 1798. Hij nam daarbij een aantal geleerden mee die materiaal verzamelden ter bestudering. Bij hun terugkeer veroorzaakte het meegenomen spul een sensatie. Heel Europa was ineens ‘in’ het oude Egypte.

Aleister Crowley
Aleister Crowley

Ondertussen kwamen we in Egypte ook weer mensen als Arthur Rimbaud (op ‘vakantie’ vanuit Abessinië) en Aleister Crowley tegen. De laatste kreeg er zijn ‘openbaring’ die leidde tot het schrijven van ‘The Book of the Law’, waarin hij de komst van een nieuw tijdperk aankondigde.

Uiteindelijk reisden we mee met ‘de vloek van de farao’ naar Engeland. Daar kwamen we aan in Southampton. Van daaruit gingen we met de trein naar Londen.

Van hieruit waren de reismogelijkheden talloos. We konden opnieuw beginnen: met John Dee reisden we via de Nederlanden naar Praag, met Walter Ralegh gingen we naar Zuid-Amerika terug, op zoek naar Eldorado. Met Charles Dickens of George Orwell konden we naar Parijs. De laatste kon ons ook naar het Spanje van de burgeroorlog brengen, waar we ook weer iemand als Hemingway ontmoetten. Daar lazen we, voor de poorten van Madrid, Enzensberger’s boek

over Durritti, De korte zomer van de anarchie.

Of we groeven ons in in Londen met boeken van Iain Sinclair of ‘Mother London’ van Michael Moorcock. Of we begaven ons met Arthur Machen naar het Wales van de bovennatuurlijke gebeurtenissen.

Maar het was afgelopen toen we met Henry Hudson spoorloos verdwenen tijdens onze zoektocht naar de noordwest passage.

Henry Hudson
Henry Hudson