DE WERELD ALS REISDOEL…

Voorspellen

Toen koning Croesus van Lydië, in 547 voor het begin van onze jaartelling, aan het orakel van Delphi vroeg of hij een oorlog tegen de Perzen moest beginnen, kreeg hij als antwoord: Er zal een groot rijk vernietigd worden. Dus viel Croesus blijmoedig zijn buurland binnen, om binnen korte tijd zelf verslagen te worden. Lag het aan de interpretatie of aan het orakel zelf? De priesteres van het orakel zat op een soort stoel boven een spleet in de aarde van waaruit allerlei ‘dampen’ omhoog kwamen. Misschien lag het daaraan dat haar uitspraken ‘multiinterpretabel’ konden zijn?

Soms ook was het opzettelijk. Als er vragenstellers kwamen van twee landen die ruzie hadden en naar hun oorlogskansen vroegen, kon het gebeuren dat het orakel ze beide te vriend wilde houden. De offers die moesten worden betaald spekten immers de kas… Het orakel zelf was, volgens de overlevering, ontstaan op de plaats waar de god Apollo een monsterlijke slang, een python, had verslagen. In het begin zouden de voorspellingen te horen zijn geweest in het ruisen van de bladeren van laurierbomen; bomen die waren geplant ter ere van de god. Later gebeurde dat in een

tempel waar een priesteres, de ‘pythia’, was gezeten.

Beroemd zijn de verhalen uit het oude Griekenland waar de hoofdpersoon zich de toekomst wil laten voorspellen, of waar een voorspelling wordt gedaan die veelal een noodlottig einde aankondigt. Een beroemd voorbeeld van dat laatste is natuurlijk het verhaal over Oidipeus. In de tragedie van Sofokles wordt voorspeld dat hij zijn vader zal doden en zijn moeder zal trouwen. En wat er ook gebeurt, de voorspelling komt uit. De boodschap is duidelijk: mensen kunnen hun noodlot niet ontsnappen.

De voorspelling in het stuk wordt gedaan door een blinde ‘ziener’, Tiresias. Dat is typisch genoeg dezelfde die door Odysseus geraadpleegd wordt als hij ‘op bezoek’ gaat in het Dodenrijk. Tiresias voorspelde, zo vertelt Odysseus zelf, dat hij, ook na zijn aankomst op Ithaca, nog meer zou reizen.

Odysseus

In Griekse verhalen uit de oudheid zitten veel personages die niet altijd de waarheid konden of wilden vertellen. Het werden verhalen waarin vaak iets nadrukkelijk nìet werd verteld. Toen Odysseus aan het hof van de koning der Faiaken vertelde wat hem allemaal was overkomen, vertelde hij alleen datgene wat hem goed uit kwam. Iemand die tien jaar van huis is om oorlog te voeren en daarna nog eens tien jaar rond zwerft, heeft als hij thuis komt wel wat uit te leggen. De Ilias en de Odyssee vertellen maar een deel van het verhaal en al in de oudheid waren er schrijvers die op zoek gingen naar meer informatie. Tien jaar oorlog? Er is uiteindelijk maar één jaar van die oorlog echt beschreven. Tien jaar omzwervingen? Hij verbleef een jaar lang bij de ‘tovenares’ Kirke, bij wie hij een kind verwekte, en zeven jaar bij Kalypso, de godin van de wolken. Volgens zijn verhaal mocht hij van haar niet weg, omdat ze verliefd op hem was.

Odysseus was in de oudheid niet echt populair. Hij was een man van ‘verhalen’ en men bedoelde dat niet echt positief. De Romeinen hadden ronduit een hekel aan hem. Hun ‘stamvader’ Aeneas moest immers vluchten uit Troje dat door toedoen van Odysseus’ list met het paard, was veroverd. Hij had in hun ogen ook geprobeerd zijn plicht te ontduiken door, toen de Grieken hem opriepen voor deelname aan de oorlog tegen Troje, net te doen alsof hij gek was. Hij zaaide zout op zijn velden en ging ploegen met een os en een ezel voor de ploeg. Toen hij werd ontmaskerd door Palamedes, nam hij wraak door later, tijdens het beleg te doen voorkomen alsof deze werd betaald voor verraad door de Trojanen. Palamedes werd ter dood gebracht. Het dubbelzinnige, ‘sluwe’ karakter van Odysseus werd door de Grieken meer gewaardeerd. Hij bedriegt de eenogige cycloop Polyfemus door te zeggen dat hij ‘Niemand’ heet. Als de blind gestoken reus daarna om hulp roept en vervolgens zegt dat ‘Niemand’ hem heeft verwond, komt er geen hulp. Helaas kan hij het niet volhouden en terwijl hij al op zee zit, maakt hij toch bekend wie hij werkelijk is. Daarop roept de cycloop zijn vader, de zeegod Poseidon aan. Poseidon’s wraak is om Odysseus te verhinderen om thuis te komen. En dat houdt hij tien jaar lang vol.

De Odyssee begint dan ook met een vergadering van de goden, waar Athena voorstelt om ‘haar’ held nu eindelijk de kans te geven om naar huis te gaan. Poseidon is op dat moment niet aanwezig. Met instemming van Zeus kan Athena daarna gaan werken aan de terugreis. Odysseus is dan al zeven jaar ‘te gast’ bij de nimf Kalypso. Athena gaat echter eerst naar Odysseus zoon Telemachos om hem te helpen op zoek te gaan naar zijn verloren gewaande vader. Aan het hof van Ithaka zijn verschillende mannen die dingen naar de hand van de koningin, Penelope. Ze gedragen zich alsof ze er de baas zijn. Telemachos maakt op hen geen indruk. Ze bedenken zelfs een plan om hem uit de weg te ruimen.

Odysseus
Odysseus

En terwijl Telemachos naar twee oude strijdmakkers van zijn vader reist, krijgt Kalypso de opdracht om Odysseus te laten gaan. Telemachos ontmoet eerst Nestor, die hem vertelt van het lot van de andere koningen die terug gingen naar huis. Agamemnon bijvoorbeeld werd kort na thuiskomst vermoord door zijn vrouw en haar minnaar. Daarna is hij te gast bij Menelaos, die hem verteld dat Odysseus gevangen werd gehouden door Kalypso. Aan het hof van Sparta ontmoet Telemachos ook Helena, de vrouw om wie alles was begonnen. Ze is ondertussen ouder geworden, heeft de leeftijd van Telemachos’ moeder.

Odysseus’ ontsnapping wordt echter opgemerkt door Poseidon. Weer lijdt hij schipbreuk. Nu spoelt hij aan op Scheria, het eiland der Phaiaken. Daar wordt hij door Nausikaa, de dochter van de koning gevonden. Eerst vertelt hij maar een deel van zijn verhaal, maar als een blinde zanger aan het hof een lied zingt over het beleg van Troje krijgen ze het hele verhaal te horen. Hier komen dan de verhalen over de cycloop, over zijn bezoek aan Aeolus, de god der winden, over Kirke en zijn bezoek aan de onderwereld. Daarna voer zijn schip langs het monster Scylla en de draaikolk Charybdis om tenslotte aan te komen op het eiland waar de zonnegod Helios zijn heilige kudde had grazen. Ondanks het strenge verbod om de dieren te doden, deed zijn bemanning dat toch. Daarop strafte Zeus hen. Alleen Odysseus overleefde deze laatste schipbreuk en hij spoelde aan bij Kalypso.

De Phaiaken helpen Odysseus op Ithaka aan te komen. Athena helpt hem door hem tijdelijk te veranderen in een bedelaar. Dan is ook Telemachos terug, ontsnapt aan de hinderlaag van de mannen die met zijn moeder willen trouwen. Vader en zoon maken een plan om wraak te nemen op alle ‘vrijers’. Dat gebeurt ook. Iets dat uitmondt in een groot bloedbad. Niet alleen de mannen worden gedood, ook de dienstmeiden die het met hen aanlegden. Daarna volgt dan eindelijk de hereniging

van man en vrouw. Ze hebben elkaar dan twintig jaar niet gezien.

Er is wel gezegd dat de Ilias het leven als strijd voorstelt en de Odyssee het leven als reis. Beide verhalen zijn eindeloos door verteld en nagebootst.

Troje

We moeten niet vergeten dat het gedrag van mensen en goden bij de Grieken niet veel verschilde. Toen de godin van de tweedracht, Eris, de toegang tot een huwelijksfeest werd geweigerd (ze was niet uitgenodigd), gooide ze een gouden appel tussen de vrouwelijke huwelijksgasten. Op die appel stond ‘voor de mooiste’. Hera, Aphrodite en Athena meenden alle drie recht te hebben op die appel. Om van het gezeur af te zijn stelde Zeus voor dat Paris, de zoon van de koning van Troje, de keuze zou maken. De drie godinnen probeerden hem om te kopen. Hera beloofde hem politieke macht, Athena krijgskunst en Aphrodite de mooiste vrouw ter wereld. Typisch genoeg wist iedereen in die tijd meteen wie dat was: Helena, de vrouw van koning Menelaos van Sparta. En in plaats van de godin de tijd te geven haar belofte na te komen, trok Paris meteen naar Sparta om daar zijn ‘prijs’ op te halen. Hij ‘schaakte’ Helena en zette daarmee de eerste stap naar de ondergang van zijn stad…

Overigens vinden we het thema van de ongenode gaste die met een zeer onwelkom ‘cadeau’ komt, ook terug in het sprookje Sneeuwwitje. Terwijl Eris ook voorkomt in de verhalen over Sindbad de zeeman.

Het verhaal over het beleg van Troje heeft verbazend lang de gemoederen bezig gehouden. Veel schrijvers wijzen erop dat het de eerste oorlog tussen ‘oost’ en ‘west’ was. Men denkt

Homerus
Homerus

tegenwoordig dat de Ilias een tijdsbeeld beschrijft van rond 1200 voor het begin van onze jaartelling en de Odyssee zou dat dan geven van rond de negende eeuw. Homerus zelf zou in de achtste eeuw hebben geleefd.

Duidelijk is dat de belegering van Troje op de Grieken zelf een enorme indruk had achter gelaten. Veel toneelschrijvers uit later eeuwen pikken thema’s en onderwerpen op uit het dichtwerk en geven daar als het ware een eigen draai aan. Maar niet alleen dat. Ze geloven ook dat de roem van deze overwinning een waarschuwing zou moeten zijn voor een ieder die het waagt om de Grieken aan te vallen. Spartaanse onderhandelaars, die rond 545 naar het hof van de nieuwe Perzische heerser worden gestuurd, zijn ook verbaasd als ze merken dat de koning Cyrus niet eens weet wie ‘spartanen’ zijn.

Die ‘schade’ wordt ingehaald als in het kielzog van de veroveringstochten van Alexander de Grote in de vierde eeuw de Griekse cultuur over het Midden-Oosten verspreid raakt.

Door de eeuwen heen werd Homerus gelezen. Ook door de vroege christenen die wel zagen dat er een tegenstelling was tussen de christelijke deugden en de ‘moraal’ die leek te spreken uit de oude verhalen. Ze wezen erop dat er toch wijze lessen uit te halen waren, met name als je dat deed onder deugdelijke leiding. Die wijze lessen kon men dan volgen in het Grieks. Want dat was sinds de vierde eeuw van onze jaartelling de belangrijkste taal geworden voor zaken als literatuur en filosofie. En die nadruk werd nog groter, toen in de eeuwen erna het West-Romeinse rijk verdween en het rijk in het oosten Byzantium werd genoemd. Homerus werd nu gebruikt om het oude Grieks te leren. Het grote voordeel was misschien wel dat het werk in die tijd ook voortdurend werd gekopieerd. In West-Europa verdwenen de Ilias en Odyssee echter voor lange tijd van het toneel. De invallen van de

‘barbaren’ verwoestten onder andere veel bibliotheken.

Maar wie was Homerus?
‘It seems fitting that the two books which, more than any others, have fed the imagination of the western world for over two and a half millenia, should have no clear starting-point and no identifiable creator.’ (1)

We weten niet of het een verhaal was dat Homerus alleen maar opschreef of dat hij het echt ‘maakte’. Het lijkt er veel op dat hij het misschien alleen maar creatief samenstelde. In de loop van eeuwen had men alle verhalen die zich rond het beleg van Troje en de nasleep ervan afspeelden verzameld. Men kwam tot een verzameling van zes verhalende gedichten die onze kennis van de Trojaanse oorlog vergroten.

Uit één ervan, de Cypria, komt bijvoorbeeld het boven beschreven verhaal van het Oordeel van Paris. De Aithiopis beschrijft wat er gebeurt na de begrafenis van Hector tot de dood van Achilles. In weer andere delen wordt dan het einde van het beleg van de stad beschreven en het naar huis gaan van de Griekse helden. Het is onduidelijk wanneer de oorspronkelijke teksten zijn ontstaan. Men denkt tegenwoordig dat deze verhalen èn die van de Ilias en de Odyssee al langere tijd bestonden en werden doorverteld alvorens ze werden opgeschreven. Dat zou dan gebeurd moeten zijn tussen 800 en 700 voor het begin van onze jaartelling.

Typisch genoeg werd deze verzameling van verhalen een model voor latere schrijvers. Ze gingen ook ‘Trojaanse geschiedenissen’ schrijven. En het was een aantal van deze verhalen die later, in de twaalfde eeuw, in een Latijnse vertaling, het verhaal over het beleg weer terug brachten in West-Europa.

Kaartje klassieke Griekenland
Kaartje klassieke Griekenland

Pas na de val van Constantinopel, in 1453, kwam er, met de vlucht van vele Griekse geleerden, ook weer Griekse geschriften in West-Europa, met name in Italië. Men leerde weer Grieks als taal. Zo leerden ook humanisten als Erasmus en Thomas More de taal weer. Maar al gauw, in de eeuw erna, werd onder invloed van de Contra-Reformatie, de bestudering van klassieke ‘heidense’ schrijvers snel minder populair. Het betekende dat de Griekse geleerden naar andere landen van Europa verhuisden. Het betekende in de zestiende eeuw dat het Latijn de taal bleef van de katholieke landen, maar dat men in de protestante landen het Grieks bleef bestuderen. Typisch genoeg hield dat in dat men in het eerste geval Vergilius las en in het tweede Homerus. Het hield ook in dat de eerste

vertalingen van Homerus in de ‘volkstaal’ in de achttiende eeuw in landen als Engeland en Duitsland verschenen.

Maar niet alleen in het westen las men Homerus. De veroveraar van Constantinopel, Mehmet II, schreef aan paus Pius II dat hij zich verbaasde over het feit dat de Italianen tegen hem vochten. Zij waren toch van Trojaanse origine? Zij zouden dan toch verheugd moeten zijn dat hij de Grieken had verslagen en zo wraak nam voor Hector’s dood? In 1462 bezocht hij de plek waar Troje had gestaan en liet zich daar de graven van Achilles, Hector en Ajax aanwijzen.

Bijna vijf eeuwen later was het Kemal Atatürk die zijn overwinning, in 1915, bij Gallipoli, op de geallieerden, vierde (zo wil de anekdote althans) met de uitspraak dat ‘dit’ de wraak van Troje was.

De strijd tussen ‘oost’ en ‘west’. Het is een thema dat tot op de dag van vandaag actueel lijkt te zijn.

De val van Troje

Het is de titel van een roman van de Engelse schrijver Peter Ackroyd die vertelt over een gedreven amateur-archeoloog, Heinrich Obermann, die aan het einde van de 19e eeuw, persé ‘zijn’ Troje wil terug vinden en opgraven. Na een vrouw gezocht te hebben in Griekenland, Sophia Chrysantis, trouwt hij met haar en troont haar mee naar zijn stad. Hij zit vol van Homerus en Vergilius en lijkt bijzonder grof te werk te gaan om de schatten van Priamus te vinden. Op de plek zelf worden ze in de gaten gehouden door Turkse ambtenaren. Maar Heinrich Obermann weet ze te omzeilen.

Er arriveert eerst een Amerikaans archeoloog, William Brand, die nogal wat kritiek heeft op Obermann’s werkwijze. Vreemd

genoeg overlijdt hij aan een mysterieuze ziekte. Daarna komt Alexander Thornton, een Brits archeoloog. Ook hij komt in botsing met de eigenzinnige Obermann.

Sophia heeft in de tussentijd ontdekt dat Obermann eerder getrouwd is geweest. Hij vertelde haar dat zijn vrouw, een Russische, zou zijn overleden. Dat blijkt niet waar te zijn. Ze wordt verzorgd door kennissen van Obermann, niet ver van de opgraving vandaan. Hij blijkt ook een zoon te hebben, Leonid, die hij Telemachus noemt, die mee helpt bij de opgraving.

Alles lijkt bij Obermann een symbolische betekenis te hebben. Hij is zo gebiologeerd door zijn Troje dat hij alles dat niet in dat beeld thuis hoort, lijkt te willen verwoesten. Zo ook het werk van Alexander Thornton. Deze weet zich net op tijd te redden, met hulp van Sophia, op wie hij verliefd is geworden.

Het eindigt in een ramp. Als het bedrog van Obermann ontdekt is, willen Alexander en Sophia samen vertrekken. Obermann probeert hen tegen te houden, maar wordt gedood door Pegasus, het paard waarop zijn zoon zit, die hem kwam vertellen over nieuwe vondsten.

Natuurlijk ligt hier veel ‘echte’ geschiedenis aan ten grondslag. Heinrich Schliemann, de man die Troje ontdekte (tussen 1870 en 1890), was ook gebiologeerd door wat hij wilde vinden. Namen als Sophia en Alexander geef je ook niet zomaar aan personen. Zeker niet als je bedenkt dat Sophia de naam was van de vrouw van de ‘echte’ Schliemann..
Ook in dit verhaal verwijzen sommige mensen naar de strijd om Troje als een eerste oorlog tussen ‘oost’ en ‘west’. Na de Perzen kwam Alexander. De Turkse legers kwamen weer naar het westen, met een soort ‘intermezzo’ van de kruistochten. In dit verhaal wordt de verovering van Constantinopel als ‘wraak’ gezien voor de verovering van Troje.

Voorkant boek van Peter Ackroyd. Foto is van Sophia Schliemann, getooid met de sierraden gevonden bij Troje.
Voorkant boek van Peter Ackroyd.

Nawoord: Helena

De wereld als reisdoel? Natuurlijk waren het de machtige mannen die vochten om de ‘eer’, om de belofte gestand te doen om koning Menelaos te helpen zijn vrouw terug te krijgen. En net zoals de beschrijving van de strijd om de stad veel mensen inspireerde, was er ook de beschrijving van de mooiste vrouw van de wereld die veel pennen in beweging bracht. Christopher Marlowe laat Faust haar oproepen:
‘Was this the face that launch’d a thousand ships,
And burnt the topless towers of Ilium?
Sweet Helen, make me immortal with a kiss.’

Edgar Allan Poe beschrijft haar:

To Helen

Helen, thy beauty is to me
Like those Nicéan barks of yore,
That gently, o’er a perfumed sea,
The weary, wayworn wanderer bore
To his own native shore.

On desperate seas long wont to roam,
Thy hyacinth hair, thy classic face,
Thy Naiad airs have brought me home
To the glory that was Greece,
And the grandeur that was Rome.

Lo! in yon brilliant window niche
How statue like I see thee stand,
The agate lamp within thy hand!
Ah, Psyche, from the regions which
Are Holy Land

 

Maar we komen haar ook op onverdachte plaatsen tegen. John Cale noemde zelfs een elpee naar haar, Helen Of Troy. Daarop staan in het titelnummer zinsneden als:

Oh just see them standing in the street
You look so big, you're so big
But I've seen it before
Just hanging round with older boys
Oh big thighs

Creepy, creepy in the dark
Shiny, shiny Joan of Arc
When the moonlight starts its glow
Cold hard Helen, Queen of Troy

en:

Mercy, mercy, mercy me
I'm so scared, please comfort me
I don't wanna be, don't wanna be your banshee boy
Paying like the House of Troy
Oh, Helen Of Troy

Tenslotte, als laatste voorbeeld, speelt Helena, als fatale vrouw, een belangrijke rol in de novelle, Homme’s Hoest van Willem Frederik Hermans.
Helena is hier een jonge vrouw die door de hoofdpersoon wordt opgepikt, nabij een verongelukte auto. Vanaf het moment dat zij bij hem in de auto stapt, lijkt er van alles mis te gaan. Homme’s auto krijgt kuren en zijn gezondheid wordt slechter. Hij hoest steeds erger. Hij wil naar Istanboel, maar laat zich door haar verleiden om om te rijden. Tenslotte krijgt ook hij een (dodelijk) ongeluk. Helena wordt, terwijl ze nog bij het wrak staat, opgepikt door alweer een andere passant.

Literatuur

  • Peter Ackroyd, The Fall of Troy, Vintage Books, London, 2007
  • Michael Grant, The Classical Greeks, Phoenix Press, London, 2001
  • Willem Frederik Hermans, Homme’s Hoest, De Bezige Bij, Amsterdam, 1978
  • Tom Holland, Perzisch Vuur, De eerste supermacht en de strijd om het Westen, Athenaeum - Polak & Van Gennep, Amsterdam, 2007
  • Alberto Manguel, Homer’s the Iliad and the Odyssee, A Biography, Atlantic Books, London, 2007
  • Michael Wood, In Search of the Trojan War, BBC Books, London, 2005
John Cale - Helen Of Troy